Vuurdoop

Vuurdoop

Mijn eerste wedstrijd in het circuit is the Around The Island Swim van Atlantic City USA, maar als echte vuurdoop beschouw ik de wedstrijd in Canada, Grande Anse van Paspébiac.

Een oversteek van een baai in de Atlantische Oceaan, provincie Gaspé, aan de Oostelijke kust van Canada. De afstand meet achtentwintig kilometer.

Pasbebiac grand anse2

 

De oversteek van Grand Anse naar Paspébiac aan de oostkust van Quebec, Canada.

 

Deze wedstrijd is een invitatiewedstrijd en telt niet mee voor de ranking. Maar het is voor mij een hele eer om hier te mogen zwemmen. Ik wordt ondergebracht in een hotel welke ook als kuuroord gebruikt wordt. De gasten lopen de hele dag in hun badjas en slippers rond en gaan van de ene behandeling naar de andere. De zwemmers en hun coaches worden niet behandeld helaas, maar hoeven niets te betalen voor de overnachtingen en de verzorging van de inwendige mens.

Trainen doen we gewoon in de baai en er is ook een overdekt zwembadje in het plaatsje waar ik lekker kan zwemmen als het weer wat koud is of om weer eens wat aan de snelheid te doen. Heel luxe allemaal. Het eten is uitstekend. Heerlijke verse visgerechten. Het duurt soms wel uren voor je wat krijgt, ik zit met Joke van Staveren, andere zwemmers en coaches met een boek aan tafel. Dat boek is wel nodig want het duurt rustig een uur of twee voordat we helemaal klaar zijn met alle heerlijkheden.

Tijdens de training merken we dat de temperatuur van het water wat aan de frisse kant is, zo rond de zeventien graden Celsius.

Twee avonden voor de wedstrijddag worden de zwemmers aan het publiek gepresenteerd. In dit gedeelte van Canada is ijshockey sport nummer één. Vandaar dat de presentatie in de plaatselijke ijshockeyhal plaatsvindt. Hele hal vol met mensen. Het is een aparte belevenis als je in Nederland niets gewend bent op dit gebied.

 

De dag voor de wedstrijd worden we met een grote kotter naar de overkant gevaren. Kunnen we alvast de afstand bewonderen. Het is lekker weer. Er staat een briesje, maar wat wil je op zo’n baai naar open zee.

Aan de overkant in Grande Anse gaan we eerst naar een motel en dineren in een plaatselijk restaurant. Ik eet pasta. ‘s Avonds weer een presentatie aan publiek, ook weer in de plaatselijke ijshockeyhal. Met de ijshockeysterren en al erbij. Wat een happening! Je zou denken dat je toch vroeg naar bed moet gaan, zo rond een uur of negen, maar de hele happening begint later dan gepland en duurt lang. Er is een groot feest in de ijshockeyhal. Tussendoor wordt het podium geruimd en worden de zwemmers één voor één op het podium uitgenodigd en voorgesteld aan het publiek. Dan staat de pers nog te wachten om interviews af te nemen en moet het publiek de kans krijgen om een handtekening te krijgen van hun favoriet. Voordat mijn oor het kussen raakt is het wel half twaalf.

 

‘The show must go on’

De volgende ochtend is het vroeg dag. Om zes uur sta ik op en breng de spullen voor de wedstrijd in gereedheid. Mijn voeding bestaat uit bananen, flessen water, perziken, babytoetjes, druivensuiker, cola. Dan eten voor de coach. Zwemartikelen als badmutsen, brilletjes, vaseline/lanoline mengsel om in te smeren, badpak aan. En dan de overige attributen als schoolbord, krijtjes, kompas, kaartje met de route.

Daarna ga ik met alle zwemmers en hun coaches ontbijten in een restaurant. Ik neem ‘French toast’ ofwel wentelteefjes met ‘mapelsirop’ voor de wedstrijd. Dan kan ik de eerste uren voort met veel koolhydraten en glucose in het lijf.

Na het ontbijt verzamelen we en rijden met de bus naar de haven voor de start. Iedereen is geconcentreerd en het is stil in de bus. De sfeer is gespannen, de zwemmers overdenken de komende race. Het waait aardig, we naderen de haven, zien de zee en worden nog stiller. Concentratie slaat om in ontzag en angst, moeten we daar in zwemmen? Enorme golven met witte schuimkoppen razen door de baai. Het haventje is klein met een piertje die de golven uit de zee breekt, maar ook achter het piertje zijn er behoorlijke golven. Het is windkracht zes en volgens de weerberichten zijn er golven op zee van twaalf tot vijftien voet. Dat is dus vier tot vijf meter. Welke gek waagt zijn leven? We kijken elkaar aan. We zijn met acht zwemmers, overleggen kan snel. We denken dat de wedstrijd gecanceld of uitgesteld zal worden. Maar niets is minder waar. De organisatie vindt dat we gewoon moeten starten. Er zijn een heleboel mensen gekomen om ons te zien zwemmen, dus de ‘show must go on’. We zijn mentaal geprepareerd om te starten maar zien toch wel dat het levensgevaarlijk is. In onze zwembroek of badpak, badmuts op en ingevet onderhandelen we met de organisatie over wat nu te doen. Voorstel van onze kant is om twaalf km hier in de haven te zwemmen, met de boot naar de overkant te varen en daar weer twaalf km in de haven zwemmen. De mensen kunnen ons dan beter zien zwemmen. Maar nee, de organisatie vindt dat de mensen het spektakel van de oversteek niet onthouden kan worden. We stemmen, met een lijf vol adrenaline, in. We zijn ervan overtuigd dat als de zee gevaarlijker wordt de wedstrijd ongetwijfeld gestaakt zal worden. Hoe zit het dan met het prijzengeld als de wedstrijd gestaakt wordt? We onderhandelen. We krijgen het voor elkaar dat bij staking van de wedstrijd vijfenzeventig procent wordt uitbetaald op de volgorde dat de zwemmers op dat moment liggen. Dus dat is gedaan. De afspraak is dat de eerste kilometer in de haven van Grand Anse wordt afgelegd, dan de oversteek en dan de laatste kilometer ook in de haven van Paspébiac.

 

visserskotters, de begeleidende boten, hebben moeite met de hoge golven

visserskotters, de begeleidende boten, hebben moeite met de hoge golven

 

Witte schuimkoppen

We springen de haven in en houden de kade vast. Het startsein klinkt. Het rondje in de haven is zwaar. Grote golven maken het moeilijk om recht op de verderop te ronden boei te koersen, ik krijg nu al wat happen zout water naar binnen, maar het is te doen. We liggen in een langgerekt groepje als we de tweede boei ronden en het ruime sop kiezen, op naar de oversteek.

Het groepje van acht zwemmers is nog geen honderd meter uit te haven of de boot van Nasser El Shazly uit Egypte kapseist bijna. “Alle spullen van Nasser te water” schreeuwt Joke nadat ik zei dat ik het schoolbord niet kan lezen. De boot is voor mijn bijziende ogen te ver om verhalen op het bord goed te kunnen lezen. Losse kreten met grote letters gaat nog wel.

Ik denk eerst dat dat wel gunstig is, een concurrent minder, maar dan besef ik ook hoe gevaarlijk het eigenlijk is. Ik raak ervan overtuigd dat de strijd snel gestaakt wordt door de organisatie.

Gelukkig zijn het visserskotters, dus de mensen blijven ongedeerd, maar er is geen eten en drinken voor onderweg voor Nasser. Joke meldt mij tijdens een voedingstop van tien seconden dat Nasser toch door zwemt nadat de begeleider van nog een Egyptenaar, Mohammed El Messiri, wat etenswaren over heeft geheveld op de boot van Nasser. Al watertrappend pak ik mijn bekertje aan met geprakte banaan met druivensuiker gemengd met water. Even drijven op mijn rug, krijg er nog een slok zeewater bij omdat een golf achter mij opdoemt die ik niet zie aankomen..

4 meter golf

Een muur van water

Ik zwem maar een eind in het wilde weg. Met deze golven heb je echt geen idee waar je bent. Ik zie niets behalve water. Normaal zwem ik altijd één meter van de boot vandaan, het liefst vooraan bij de punt. De boot nadert en ik probeer positie in te nemen vooraan de boot, maar op het moment dat ik daar ben, zie ik de boeg van mijn volgboot op mij af komen. Ik sprint snel naar de andere kant voor het op mijn kop komt. Ik besluit om verder van de boot af te gaan zwemmen, een meter of vijf lijkt mij veilig. Zelfs deze kotters kunnen geen rechte koers varen. De golven worden steeds verschrikkelijker. Als ik opkijk zie ik een muur van water opdoemen. Daar moet ik tegen opzwemmen om vervolgens naar beneden gekwakt te worden. Het is doodeng, wat ben ik in godsnaam aan het doen. Mijn coach Joke wil wat tegen mij zeggen. Ik ga zo goed en zo kwaad als het kan stilliggen. Op het ene moment zie ik alles aan boord, kijk ik zo op het dek, en het volgende moet ik helemaal omhoog kijken, ik versta niets van wat zij zegt door het lawaai van de wind en de golven. ‘Waaaat?!!!,’schreeuw ik, doe mijn hoofd maar weer in het water want stilliggen kan niet in een wedstrijd.

Het wordt berekoud. Door de harde wind komt het koudere water uit diepere gedeeltes naar boven. De zee stroomt de verkeerde kant op, het duwt ons terug naar Grand Anse. Na twee uur zwemmen zie ik de vertrekhaven nog haarscherp achter mij. Ik wil er wel uit, wat doe ik hier? Ik heb het super koud, kom niet vooruit en vindt het heel eng. Ik schreeuw tegen Joke dat ik eruit wil. Joke komt groen overboord hangen en zegt dat ik er nog niet uit kan omdat niemand er nog uit is. Ja, zaken zijn zaken hè. Ze zegt dat ik door moet gaan tot er minimaal twee uit zijn. Ze rent gauw naar de andere kant van de boot om te kotsen. De organisatoren vinden het best en staken helemaal niks.

Aan boord zien ze in de verte een fonteintje. Een walvis. Ik zelf zie het niet echt van dichtbij, maar de mensen op de boot wel. De walvis spuit water. Het idee dat zo’n kolos even verderop zwemt vind ik spannend. Joke was, in een eerder jaar, vlak langs zo’n reus gezwommen.

Doorstrompelen dan maar. Na nog een uur stappen eindelijk drie mensen eruit. Nu mag ik er ook uit van Joke. Dat laat ik mij geen twee keer zeggen. Eruit gaan is een hele tour. Ik wacht op een golf zodat ik de reling kan vastpakken. De eerste golf is voorbij. Ik hang helemaal los van het water aan de boot. Joke houdt mijn polsen vast. Ik moet wachten op de volgende golf. Daar komt hij. Hup één been over de reling. Met gesjor en getrek van nog meer mensen op de boot kom ik aan boord. In de kajuit doe ik mijn badpak uit, trek kleren aan en sla een warme deken om. Ik word kotsmisselijk. Groen wordend aan dek, varen we naar de overkant.

Twee zwemmers zwemmen zes uur door. Het is wachten op wie er als eerste uit gaat. Het is niet haalbaar om de overkant te halen wegens te sterk opgekomen stroming. Dan is de kolkende zee leeg. Niemand haalt de overkant.

De organisatie wil niets uitbetalen, want iedereen is uitgestapt. Als ‘keiharde’ professionals onderhandelen we met de organisatie over het prijzengeld. Ik voel mij zwaar belazerd. We waren vlak voor de wedstrijd zo goedgelovig geweest dat de organisatie zou inzien dat zwemmen in golven van vier meter levensgevaarlijk was en de oversteek gestaakt zou worden uit veiligheidsoverwegingen. Uiteindelijk slepen we vijftig procent prijzengeld uit de onderhandelingen. En we willen boter bij de vis omdat er nog gereisd en overnacht moet worden op weg naar de volgende wedstrijd.

Deze ervaring is een vuurdoop op alle fronten. Zowel sportief, zakelijk en als lid van het zwemmersgilde. Wat een vreselijk angstige uren in het water, onzinnig ook omdat ik al wist dat het onmogelijk was om de overkant te halen. Dan toch doorgaan om er nog wat geld aan over te houden om de onkosten te kunnen dekken. En uiteindelijk als het om geld gaat is niet iedereen te vertrouwen. Als lid van het zwemmersgilde voelde ik mij meteen onderdeel. Overleg met elkaar, onderhandelen met de organisatie en reizen met elkaar.

 

www.tomatis-luistertherapie.nl

www.MoniqueWildschut.co

Wil je het boek in zijn geheel?

Bestel online via http://boekscout.nl/shop/_.aspx/Ontberingen_van_een_marathonzwemster?bookId=5723

 

 

 

Advertenties